Hoe zit het nu eigenlijk met de eigen bijdragen?

Hoe zit het nu eigenlijk met de eigen bijdragen?

In het regeerakkoord 2017-2021 is besloten om van de eigen bijdragen een soort Netflix abonnement te maken met een vaste eigen bijdrage per vier weken voor iedereen. Hoe zit dat nu precies en waar komt het vandaan?

De Wmo 2007
In de voorganger van de Wmo, de Wet voorzieningen gehandicapten, mocht er maximaal 100 gulden, later € 45,- aan eigen bijdragen per kalenderjaar worden gevraagd. Toen was er alleen nog sprake van materiële voorzieningen. De gemeenten vonden het vaak niet de moeite om eigen bijdragen te vragen. Immers de administratiekosten waren hoger. Met de Wmo 2007 kwam er een stukje zorgdienstverlening bij, de hulp bij het huishouden, vanuit de AWBZ. Mensen waren al gewend om daar een eigen bijdrage voor te betalen of hadden eerder particuliere hulp.

De landelijke richtlijn volgens het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo), was als volgt: Iedereen, ongeacht het inkomen en ongeacht het aantal uren, betaalde een basisbijdrage van ongeveer € 19,- per vier weken. De mensen met een minimum inkomen betaalden niet meer dan dat. Als het inkomen hoger werd dan het minimum, dan betaalde men de basisbijdrage met een verhoging van 1/13 x 15% van het verschil tussen het minimum inkomen en datgene wat men verdiende. Mensen konden nooit meer betalen dan het uurtarief dat de gemeenten met de zorgaanbieder hadden afgesproken. Gemeenten konden afwijken van de landelijke richtlijn en de eigen bijdragen zelfs op nul stellen. Ook konden ze de bedragen van de norminkomens verhogen, waardoor mensen met een hoger inkomen minder gingen betalen. De meeste gemeenten werkten met de landelijke richtlijn.

Het landelijke CAK (Centraal Administratie Kantoor bijzondere ziektekosten) bewaakte dat het totaal aan eigen bijdragen voor de Wmo en de AWBZ tezamen niet hoger werd dan wat er bepaald was in het Bmo. Het CAK verstuurde – en verstuurt nog steeds – de facturen voor de eigen bijdragen nadat zij alle gegevens heeft ontvangen van de gemeenten en de zorgaanbieders.

De Wmo 2015
Met de Wmo 2015 kwamen de begeleiding Groep, de individuele begeleiding en het kortdurend verblijf bij. In het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 werd dezelfde richtlijn beschreven als in Besluit maatschappelijke ondersteuning 2007. De eigen bijdrage mocht wederom niet hoger zijn dan de kostprijs van de voorziening. Het werd ook toegestaan om eigen bijdragen te gaan vragen voor materiële voorzieningen zoals scootmobielen en woningaanpassingen. Het CAK bewaakt nog steeds de stapeling van eigen bijdragen en zorgt dat mensen niet meer gaan betalen dan wat op grond van hun inkomen is toegestaan.

Echter, in 2015 werden al snel problemen met deze richtlijn duidelijk. De uurtarieven voor de voormalige AWBZ functies lagen veel hoger dan die van de hulp bij het huishouden. Die konden stijgen naar € 50,- tot € 70,- per uur. Daardoor gebeurde het dat mensen met midden- en hogere inkomens veel meer gingen betalen dan wat zij onder de AWBZ gewend waren. In de AWBZ waren de uurtarieven voor de cliënten niet hoger dan € 14,- per uur, zelfs een stuk lager dan die voor de hulp bij het huishouden. Veel mensen stopten daarom met de zorg of namen minder af, aangezien zij dit niet meer konden combineren met hun maandelijks budget voor hun huishouden en gezin. Aangezien begeleiding wordt geboden aan mensen met zwaardere beperkingen en dementie, was dit niet wenselijk, alleen al in verband met de zwaarder wordende belasting van de mantelzorgers.

De parameters voor de eigen bijdrage zijn daarom in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 op 2 januari 2017 gewijzigd. Het basisbedrag voor iedereen per vier weken werd verlaagd naar € 17,50. De berekening voor hogere inkomens werd gewijzigd naar 1/13 x 12,5%. De treden naar de hoogste eigen bijdragen werden daarmee verlaagd, zodat de midden- en hogere inkomens minder snel de hoogste eigen bijdrage gingen betalen. Dit heeft er al voor gezorgd dat mensen weer zorg gingen afnemen.

Het Regeerakkoord 2017
In de coalitie, die het regeerakkoord 2017 heeft samengesteld, is afgesproken om de eigen bijdrage voor iedereen vast te stellen op € 17,50 per vier weken. De laagste inkomens merken hier dus niets van. De mensen met een midden- en hoger inkomen gaan hiermee natuurlijk een flink stuk minder betalen. Dat klinkt heel leuk en het zal ook zeker de mantelzorgers ontlasten. Een risico is de aanzuigende werking op voorzieningen. Ouderen met hogere inkomens die altijd al € 15,- per uur hebben betaald voor hun particuliere hulp, zullen die de deur uit doen en hulp bij het huishouden gaan aanvragen bij de gemeente. Dat is in het verleden, onder de Wmo 2007, ook al aantoonbaar gebeurd. Met begeleiding zal dat denk ik wat lastiger liggen, immers daar gelden zwaardere criteria voor en mensen doen er minder snel een beroep op. Er is een kans dat materiële voorzieningen ook makkelijker worden aangevraagd omdat het nu nog zo is dat gemeenten eigen bijdragen vragen over 36 maanden, waarmee mensen uiteindelijk hun voorziening eigenlijk zelf betalen.

Er is nog geen nieuw Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Het Rijk is hierover met de VNG in gesprek. Ook de VNG heeft gewaarschuwd voor de makkelijker toegang tot voorzieningen waardoor gemeenten op hogere kosten worden gejaagd. Uiteraard pleiten zij voor financiële compensatie door het Rijk. Toch, met de gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht, heeft een aantal gemeenten niet op de uitkomsten van de discussie gewacht. Zij hebben al besloten om de lage eigen bijdragen voor Wmo voorzieningen door te voeren. Kennelijk hebben zij daar voldoende budget voor beschikbaar.

Een gedachte over “Hoe zit het nu eigenlijk met de eigen bijdragen?”

  1. Volgens website van CAK geldt dat wat in het artikel staat alleen voor mensen met een inkomen vn mindr dan de drempel van € 24.128 en zonder spaartegoed boven de grens. Daarboven gaat het percentage van 12,5% gewoon weer tellen.
    Voor wie het kan betalen loopt het dus nog steeds flink op!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.